Zal de burger nanotechnologie aanvaarden?

Zonnebescherming

Heb je al opgemerkt dat sommige zonnecrèmes een witte waas achter laten op je huid en andere niet? De witte waas wordt veroorzaakt door de uv-filters in de crème en die filters dat zijn zinkoxide en titaniumdioxide. Nanotechnologie heeft er voor gezorgd dat de filters transparant zijn voor het menselijk oog. Dat is goed nieuws, want nu beschermen meer mensen zich tegen de negatieve gevolgen van zonnebaden.

Wat is nanotechnologie?

Nanotechnologie is een techniek die het mogelijk maakt een stof te verkleinen tot net iets groter dan een atoom. De grootte wordt uitgedrukt in nanometers, wat een miljardste van een meter is. Ter vergelijking, fijnstof heeft een grootte van 100 tot 10.000 nanometer, nanodeeltjes hebben een grote van 1 tot 100 nanometer.

De technologie is al bekend van in 1986. Algemeen kan je stellen dat nanotechnologie er voor zorgt dat wetenschappers op moleculair niveau kunnen werken. Rond 2000 werd de eerste generatie nanomaterialen ontwikkeld en op de markt gebracht. Ondertussen zitten nanomaterialen verwerkt in cosmetica, voeding, medicijnen, textiel, bouwmateriaal, enz.

De nanomaterialen die nu reeds gebruikt worden in de chemische industrie zijn meestal gemaakt van stoffen die reeds jaren gebruikt worden. Het zijn vaak metalen, metaaloxiden, koolstof en polymeren. De werking van de nanomaterialen is moeilijk onder een algemene definitie te brengen. De deeltjes zijn vaak onvoorspelbaar en iedere verandering in vorm en grootte kan andere eigenschappen tot stand brengen.

Wat zijn de risico’s?

Men schrijft wel eens, nanotechnologie is het nieuwe asbest. Dat komt omdat nanodeeltjes zo klein zijn dat we ze kunnen inademen via de lucht. Dat is bijvoorbeeld de reden waarom sprays van zonnecrème geen nanodeeltjes van zinkoxide en titaniumdioxide mogen bevatten. Het risico op inademing is te groot.

Het is asbest versie 2.0 want ze kunnen ook binnendringen in ons celweefsel via de huid. Nanovormen van zinkoxide en titaniumdioxide zijn veilig beoordeeld op een gezonde huid. Wanneer de huid beschadigd is, bijvoorbeeld door zonnebrand, dan dringen de nanodeeltjes door in de huid, alwaar ze de huid verder beschadigen.

Om te bepalen of de nanoversie van een materiaal al dan niet schadelijk is werd voorheen verwezen naar onderzoek op de bulkmaterialen. Nanomaterialen gedragen zich echter anders dan de stof waarvan ze zijn opgesplitst. De nanodeeltjes van zinkoxide en titaniumdioxide worden onder invloed van zonlicht bijvoorbeeld reactiever. Er komt een chemische reactie tot stand die de huid kan beschadigen.

Voor de meeste stoffen wordt er bepaald welke hoeveelheid aanvaardbaar is om de gezondheid van de burger niet in het gedrang te brengen. Nanomaterialen zijn krachtiger dan de bulkmaterialen en er is dus een kleinere hoeveelheid nodig om bepaalde gewenste of niet gewenste resultaten te bereiken. Voor al deze materialen moeten dus nieuwe toegelaten hoeveelheden worden bepaald.

Maar hoe bepaal je met hoeveel nanomaterialen de mens in contact komt wanneer ze in duizenden producten zijn verwerkt? Titaniumdioxide zit bijvoorbeeld niet enkel in zonnecrèmes, omwille van de witmakende eigenschappen zit het bijvoorbeeld ook in tandpasta, melkpoeder, snoep, bakdecoratie en witte sauzen.

Een lepeltje suiker in een koffie is niet erg, tenzij je tien koffies per dag drinkt.

Wat doen de overheden?

Europa en sommige Europese landen zijn begonnen met het registreren van de reeds gebruikte nanomaterialen in Europa. Dat is een beetje gevoelig, want eigenlijk is het de bedoeling dat een product getest wordt voor het op de markt komt? Nanotechnologie en de toepassing ervan is zo snel geëvolueerd dat de nanomaterialen reeds massaal aanwezig zijn op de markt. België is in 2016 begonnen met de registratie van nanomaterialen.

De Federale Overheidsdienst Volksgezondheid schrijft in haar jaarverslag van 2020:

Door het ontbreken van deze gegevens (welke producten, hoeveelheden, toepassingen, …) is het voor de bevoegde overheden zeer moeilijk tot onmogelijk om potentiële blootstellingen aan nanomaterialen te kunnen inschatten.

Voor heel wat van die nanomaterialen is er nog geen wetenschappelijk onderzoek gebeurt naar de eigenschappen van het materiaal. Vaak is het nog niet mogelijke om schade aan mens, dier en leefmilieu uit te sluiten. Sommige van die stoffen blijken bij eenmalig gebruik van het product veilig te zijn, maar op langere termijn ontstaat er een opstapeling die schadelijk is.

Het gebruik van titaniumdioxide werd in 2021 op Europees niveau verboden. Toch vind je bijvoorbeeld op de website van Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) nog een artikel waarin beweerd wordt dat de stof veilig is. Het wetenschappelijk onderzoek naar de mogelijke schadelijke gevolgen wordt dus continue bijgewerkt en de tegenstrijdige informatie creëert een berg vol verwarring.

De afgelopen jaren heeft men ingezet op het detecteren van nanomaterialen en het zoeken naar filters om ze tegen te houden. In het kader van circulaire economie is het immers belangrijk dat ook die stoffen op de juiste manier worden gerecycleerd. De detectie van deze reactieve stoffen blijkt niet zo eenvoudig. De universiteit van Leiden ontdekte dit jaar dat de grootte, vorm en eigenschappen van nanomateriaal verandert telkens wanneer ze in een ander organisme terechtkomen.

‘Het betekent dat nanomaterialen veel verder in onze voedselketens kunnen doordringen dan we tot nu toe dachten.’ Daarnaast betekent het ook dat het nog ingewikkelder is om regelgeving te ontwikkelen.'
- Fazel Monikh van het Centrum voor Milieuwetenschappen van de Universiteit Leiden

De mening van de burger

De chemische industrie legt fel de nadruk op het feit dat de angst van de burger er niet mag voor zorgen dat nanotechnologie geen toekomst heeft. In events en seminaries wordt er vaak verwezen naar het GMO verhaal. Onderzoek had aangetoond dat een derde van de bevolking nooit genetisch gemodificeerd voedsel ging kopen, een ander derde waarschijnlijk nooit. Desondanks heeft men geen moeite gedaan om de publieke omarming te winnen. Einde van het GMO verhaal? In grote delen van Europa is dat voedsel alvast niet welkom.

In 2020 heeft Europa een bevolkingsonderzoek gedaan naar de mening van de burger over nanotechnologie. In Amerika gebeurde dit acht jaar geleden. De producenten en agentschappen willen uit deze onderzoeken leren hoe ze de burger kunnen overtuigen vertrouwen te hebben in nanotechnologie. Het heeft immers geen zin te investeren in een technologie die niet verkoopbaar is op de markt.

De meeste burgers klagen over het gebrek aan informatie, onderzoek en risicoanalyses. Verder blijkt dat openheid over de eigenschappen van nanomaterialen voor vertrouwen zorgt, zelfs enthousiasme naar de nieuwe technieken die mogelijk zijn. De hamvraag “Wat zijn de risico’s op lange termijn?” daar kan men echter geen sluitend antwoord op geven. Men weet het eenvoudigweg niet.

Wanneer een nieuwe technologie er voor zorgt dat de burger zijn tanden witter worden, dan zullen heel wat mensen enthousiast aan het experimenteren gaan. Wanneer je ze tien jaar later verteld dat  hun lever aangetast is, dan zal het enthousiasme wrang smaken. Dat is wat er u nu aan de hand is met nanomateriaal van titaniumdioxide.

Het valt me op dat ze er alles aan doen om de burger te overtuigen van de mogelijk wonderlijke eigenschappen van deze nieuwe technologie. Mogelijke en reeds bevestigde negatieve effecten worden geminimaliseerd maar niet ontkent. Ik ben alvast benieuwd hoe de consument zal meegaan in dit verhaal. Ben jij blij dat plastic binnenkort zichzelf zal reinigen en kijk jij er naar uit dat er medicijnen ontwikkeld gaan worden die via een verstuiver rechtstreeks kunnen binnendringen in onze hersenen?

Meer informatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s