Agastache foeniculum

Agastache is een uitheemse, aromatische, medicinale plant vergelijkbaar met munt. Er bestaan 22 soorten met heel wat cultivars. De populairste soorten zijn de Agastache Mexicana uit Mexico, de Agastache Rugosa uit Oost-Azië en de Agastache Foeniculum uit Noord-Amerika.

Agastache betekent ‘met veel aren’, Foeniculum betekent ‘hooi’. De plant kent meerdere volksnamen zoals dropnetel, anijsnetel, anijshyssop en Koreaanse munt.

Keukenkruid: Het is een smaakmaker waarvan de verse blaadjes, stengels, bloemen en zaden rauw en gekookt worden toegevoegd aan gerechten. Ze ruiken naar drop en smaken als anijs.

Standplaats: De dropplant vraagt een goed doorlatende, vochtige grond. Zowel zon als halfschaduw is mogelijk. Spontaan uitzaaien gebeurt vooral in de volle zon.

Groei: Dropplant is een plant die opgaand groeit, ze wordt tussen de 50 en 100 cm hoog. 5 tot 10 planten per m2 wordt standaard aangeraden, maar in mijn ervaring is 20 cm Ø ruimte voldoende.

Onderhoud: De plant is niet wintergroen, maar onder de ideale omstandigheden wel wintervast. De wortels mogen niet te nat staan. Bedek bij vriestemperaturen de bodem rond de plant met mulch. De verdorde takken knip je in de lente tien cm boven de grond af.
Als de plant in de volle zon staat, zaait ze zich gemakkelijk uit. De jonge scheuten laten zich gemakkelijk verplanten.

Combineren: In de combinatieteelt doen deze planten het goed bij fruit omdat ze fruitvliegjes weglokken. Dropplant is een plant uit de lipbloemenfamilie, net zoals salie, lavendel, tijm en munt.
In de wisselteelt kan je ze samen met koolsoorten planten omdat ze koolwitjes weglokken van de kool.
Esthetisch oogt de plant mooi in combinatie met papaver, zonnehoed en kogeldistel.

Oogst: Voor een rijke bloemenoogst oogst je 1/3 van de toppen in de lente. Onderzoek toont aan dat de hoeveelheid etherische olie het hoogst is tijdens de bloei. In augustus kan je dus opnieuw 1/3 van de plant oogsten. Tussendoor kan je de onderste bladeren, die reeds nieuw blad vormen in de oksel, oogsten. Deze bladeren hebben na verloop van tijd toch de neiging om te verwelken.

Zaad: Oogst de bloemen eens ze beginnen uit te bloeien. Knip de uitgedroogde aren af en laat ze verder drogen. De zaadjes vallen heel gemakkelijk uit de aren. Dropplant bewijst dat veel zaad niet gelijk staat aan lage kiemkracht. 4 tot 5 zaadjes per persblokje is voldoende.
Wie zaad heeft geoogst kan haar reeds in februari, ten laatste maart, zaaien in een warme serre en in april verplaatsen naar een koude serre.

Plagen: Dropplant is als jonge plant geliefd bij slakken. De volwassen plant kan tijdens een hittegolf last krijgen van meeldauw.

Volksgeneeskunde: De plant heeft een reinigend vermogen. Ze wordt gebruikt bij problemen met de spijsvertering of luchtwegen. Onderzoek toont aan dat de anijssmaak veroorzaakt wordt door een grote hoeveelheid estragole in de essentiële olie. De Aziatische variant bevat ook veel methyleugenol.

Ecologisch bestrijdingsmiddel: Een aftreksel van de dropplant is me niet bekend, maar de planten zijn op zich magneten voor insecten en beschermen zo andere planten in de buurt.

StandplaatsRuimteZaaitijdBloeiOogsttijd
☀🌤↨ 50-100cm
Ø 20 cm
feb.-mrt.jun.-sept.Hoogtepunt bloei
Agastache urticifolia 100_1182

Mooie combinaties

Ervaringen

Gebruik: Ik gebruik dropplant om de blaadjes te verwerken in een infuus. Wanneer je er over wrijft, ruikt de plant heerlijk naar drop. Die smaak is minder intens in een kruidendrankje, maar toch aanwezig. Ik vries de blaadjes in omdat ik persoonlijk vind dat de smaak dan beter bewaard. Ik gebruik hiervoor een ijsblokjesvorm. Ik vul de vakjes ongeveer de helft met drop en vul vervolgens aan met water. Vaak meng ik ze nog met tijm en hysop. Dat is dan het ideale drankje voor de luchtwegen. Dropplant maakt meteen duidelijk waarom je kruiden ’s morgens moet oogsten. De geur van de plant veranderd doorheen de dag. ’s Avonds is er geen vleugje drop meer te bespeuren.

Kweken: Ik heb wisselend succes met het kweken van drop. Rechtstreeks zaaien is me nog nooit gelukt en de zandleemgrond blijkt in de winter te vochtig te zijn om de plant te laten overwinteren. Ik kweek ze voor en plant ze dan over in de tuin. In een verhoogde bak blijkt ze meerjarig te zijn. Spontane zaailingen heb ik nog nooit opgemerkt.

Moestuin: Wanneer je de dropplant wil gebruik als fopplant voor koolsoorten, hou er dan rekening mee dat je ze reeds moet zaaien in februari om er voor te zorgen dat ze bloeit wanneer de koolwitjes actief zijn. Hou ook rekening met de lengte van de dropplant wanneer je voor alle zekerheid de kolen wil afdekken met netten. Ik heb de plant uitgeprobeerd bij paksoi, af en toe heb ik toch de kindjes van het koolwitje moeten verplaatsen.

Onderhoud: Drop vraagt eigenlijk geen onderhoud. Alleen in de lente de resterende plant afsnijden tot op 10 cm. Tot nu toe heb ik ook nog geen ervaringen met plagen of ziektes.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s