Tropaeolum majus

Tropaeolum of klimkers is een uitheemse sierplant. Er bestaan ongeveer 80 soorten met heel wat cultivars. De populairste soorten zijn de eetbare Oost-Indische kers (Tropaeolum majus) en knolcapucien (Tropaeolum tuberosum) beiden uit Zuid-Amerika.

De naam tropaeolum is afgeleid van het Griekse woord tropaion, wat trofee betekent. De Grieken en Romeinen hadden de gewoonte om de wapens van de verslagen vijand aan bomen te hangen. Het blad van de klimkers deed denken aan wapenschilden, de rode bloemen aan bebloede helmen.

Eetbare bloem: Het bovengrondse gedeelte van de plant is eetbaar. De smaak van de bloemen, blaadjes en stengels is te vergelijken met waterkers. De stengels zijn lekker fris. De zaden zijn te verwerken tot kappertjes.

Standplaats: Oost-Indische kers vraagt een goed doorlatende, vochtige grond. In de zon en humusrijke grond bloeien ze rijkelijker. Te veel stikstof in de grond en te veel schaduw zorgt voor veel bladeren maar weinig bloemen.

Groei: Je kan de sierplant zowel als slingerplant als struikplant aankopen. Ze wordt tussen de 50 cm en 3 m lang. Voorzie 30 cm Ø ruimte voor de basis. Ze slingert automatisch tussen andere planten door. Aan de basis is ze sneller uitgebloeid dan aan het einde.

Onderhoud: De plant is eenjarig en heeft graag klimhulp en oogt dan ook mooier. Voor een rijkelijke, lange bloei kan je de verwelkte bladeren en bloemen regelmatig verwijderen. Enkel op humusrijke grond kan intomen belangrijk zijn.

Combineren: In de combinatieteelt doen deze planten het goed bij planten die last hebben van bladluis, de witte vlieg of wolluis. Ze zouden het enkel bij kool niet goed doen.
De bloem is een plant uit de klimkersfamilie, net zoals knolcapucien. In de wisselteelt plant je haar niet na de peulvruchten omdat ze niet houden van veel stikstof in de grond. Ze doen het wel goed bij wortel-, vrucht- en bladgewassen.
Esthetisch oogt de plant mooi langs omheiningen of muren en in pot.

Oogst: Je kan continue oogsten om te verwerken in salades. Het kan interessant zijn om een plant in pot te houden weg van alle andere planten omdat naar het einde van de zomer toe er meestal nog weinig groen overblijft waar geen diertje aan knabbelt.

Zaad: De zaden vallen rijkelijk op de grond. Je hoeft ze maar op te rapen. Ze zaaien gemakkelijk uit.
Wie zaad heeft geoogst kan haar reeds in maart zaaien in een warme serre en in april verplaatsen naar een koude serre.

Plagen: De plant is een lokker, ze trekt insecten aan. Soms kan het nodig zijn de fel aangetaste bladeren te verwijderen om de plant de kans te geven te bekomen. Meestal is ze sterk genoeg om ondanks alle bladluizen en rupsen rijkelijk te bloeien. De jonge scheuten vallen in de smaak bij slakken. Voorzaaien in pot voorkomt dit.

Volksgeneeskunde: De plant is een natuurlijk antibioticum en remt ontstekingen. Ze bevat, vergelijkbaar met peterselie, veel vitamine C.

Ecologisch bestrijdingsmiddel: Een aftreksel van de plant is me niet bekend, maar de planten zijn groenbemesters en lokkers. Ze lokken insecten, zoals bladluis en rupsen, weg van andere planten. De plant vergaat praktisch volledig, restanten hoeven niet in de gft-bak, gewoon ondergraven als groenbemester.

StandplaatsRuimteZaaitijdBloeiOogsttijd
☀🌤 ↨ 50-300cm
Ø 30 cm
mrt.jun.-okt.Continue
Tropaeolum majus

Mooie combinaties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s